
Bij R-Vent in Staphorst worden ventilatiecomponenten gemaakt van dun, glimmend sendzimir staal, in kleine series met korte doorlooptijden. Juist dat materiaal is lastig te herkennen en op te pakken voor vision en cobots. Vermenigvuldig dat met de dagelijkse praktijk van vijf andere maakbedrijven in de regio en je hebt de vraag te pakken waar FLEXIQ omheen is gebouwd: hoe automatiseer je productie die voortdurend van vorm en volume wisselt?
Het is een vraag die de klassieke automatisering nooit hoefde te beantwoorden. Die is groot geworden in de autofabriek: identieke producten, voorspelbare processen, dezelfde beweging duizenden keren achter elkaar. Een groot deel van de Nederlandse maakindustrie werkt precies omgekeerd: geen twee orders zijn gelijk. Juist in dat vermogen om snel te schakelen en klantvragen te vertalen naar oplossingen zit de kracht van deze bedrijven. En precies daar loopt de gangbare automatisering vast: te duur, te star, te veel afgestemd op herhaling die er niet is.
Onder de vlag van IQonIQ besloten zes bedrijven uit Oost-Nederland die vraag niet langer ieder voor zich te stellen. Hak4T, Schurter Electronics, Ellage Electronics, Fox Industries, PM en R-Vent werken samen binnen FLEXIQ, een innovatieproject waarin zij samen met IQonIQ en kennisinstellingen onderzoeken hoe flexibele automatisering wél haalbaar wordt voor high-mix/low-volume productie. Niet omdat ze alle zes hetzelfde maken, maar omdat ze tegen dezelfde vragen aanlopen.
Binnen het project werken de partners aan verschillende technologieën die uiteindelijk samenkomen in één geïntegreerde praktijkomgeving: datagedreven productieprocessen, systemen die operators realtime ondersteunen en robots die met behulp van visiontechnologie en AI kunnen omgaan met producten die telkens verschillen in vorm, positie of specificaties. Wie met de partners praat, merkt al snel dat het verhaal niet bij die techniek begint. En dat er iets opvallends gebeurde toen de zes bij elkaar naar binnen keken.
Iedereen dacht dat zijn uitdaging uniek was. Dat bleek niet zo.
“We hebben heel verschillende bedrijven, maar toch zijn we ook weer heel gelijk.” Ellage Electronics
Kijk op hoofdlijnen naar de processen en de gelijkenissen stapelen zich op. Hoe standaardiseer je iets dat telkens verandert? Hoe hou je omsteltijden kort zonder flexibiliteit in te leveren? Hoe voorkom je fouten als producten, materialen en handelingen de hele dag wisselen? En hoe maak je een investering rendabel als een robot zich steeds opnieuw moet aanpassen in plaats van zich in te graven in één taak?
De vorm verschilt per bedrijf, de kern niet. Bij Schurter, dat klantspecifieke HMI-producten in batches van 25 tot 50 stuks maakt, draait alles om snelheid van omschakelen: een product keert soms maandelijks terug, soms pas na twee jaar. De juiste tooling, data en testsystemen moeten daarom binnen minuten klaarstaan. Bij PM, waar toleranties in het micrometerbereik gelden, is er simpelweg geen standaardoplossing te koop. Die moet grotendeels zelf ontwikkeld worden en moet naast flexibel ook uitzonderlijk nauwkeurig zijn. Hak4T verwerkte afgelopen jaar meer dan 1340 projecten, elk met een eigen planning en doelstelling. Daar zit de uitdaging niet in een machine, maar in het door het hele proces heen vastleggen en beschikbaar maken van de juiste data. Bij Fox Industries komt de druk uit een andere hoek: veel klantspecifieke producten in kleine series betekent veel handwerk en voortdurend omstellen tussen orders. Die combinatie van variatie en handmatige stappen vergroot de kans op fouten.
Zes keer een ander verhaal, één gedeelde conclusie: klassieke automatisering versimpelt de werkelijkheid, maar dat is precies wat deze bedrijven zich niet kunnen veroorloven. Ze hebben techniek nodig die meebeweegt met variatie.
In vrijwel elk gesprek met de partners keert één thema terug: mensen. En het feit dat er straks te weinig van zijn. Bij Ellage Electronics gaat de komende jaren bijna de helft van de medewerkers met pensioen. Dat zijn niet alleen werkuren die verdwijnen, maar jaren aan routine, kennis en kunde die in geen enkel systeem staan. De opgave, zoals het bedrijf het stelt, is om met minder uren méér te doen, zonder de kwaliteit te verliezen. Die verschuiving verandert waar automatisering voor dient. Niet om mensen te vervangen, maar om te voorkomen dat hun kennis met hen de deur uit loopt. PM wil de fijngevoelige kennis van ervaren vakmensen zoveel mogelijk vastleggen in de techniek. Zoveel mogelijk, met nadruk, want de rest blijft mensenwerk.
“We zullen altijd onze vakmensen nodig blijven hebben.” PM
Bij Schurter kost het twee tot drie maanden voordat een nieuwe medewerker zelfstandig eenvoudig werk kan doen en jaren voordat iemand de complexe producten aankan. Digitale werkinstructies, projectie op de werkplek en automatische controle tijdens het assembleren kunnen dat leerproces versnellen en fouten afvangen. Hak4T ziet vacatures voor vakmensen steeds langer openstaan en zet in op digitalisering en AI om medewerkers te ondersteunen en werk overdraagbaar te maken. Steeds ligt de grens op dezelfde plek: repetitief en foutgevoelig werk mag naar de techniek, het specialistische oordeel blijft bij de mens. Fox Industries trekt die lijn expliciet: technologie vereenvoudigt het herhalende werk en maakt processen efficiënter. De specialistische handelingen en de kwaliteitsbeoordeling worden bewust níet volledig geautomatiseerd, omdat ze afhankelijk blijven van menselijke ervaring.
De wil om te vernieuwen ontbreekt bij geen van de zes. De ruimte wel. In tijd, in geld en in het risico dat zo’n traject met zich meebrengt. In een mkb-bedrijf moet de productie draaien, wachten klanten niet en komt vernieuwing er standaard bovenop. Alle technologische ontwikkelingen zelf uitzoeken is voor een bedrijf van deze omvang gewoon niet realistisch.
“Alleen ben je misschien wel sneller, maar samen kom je verder.” Hak4T
In de praktijk betekent dat: een deelonderzoek bij het ene bedrijf levert kennis op waar een ander direct iets aan heeft. PM merkt dat er uit onverwachte hoeken telkens weer een inzicht komt waar je zelf niet aan had gedacht. Het scheelt daarbij dat de partners uit dezelfde regio komen en letterlijk bij elkaar kunnen binnenlopen. Dezelfde omgeving, dezelfde taal, snel even overleggen. Fox Industries vat de opbrengst nuchter samen: de uitdagingen rond automatisering zijn te groot en te complex om alleen aan te pakken. Door kennis en ervaringen uit te wisselen worden gezamenlijke ontwikkelingen sneller toepasbaar. Zo verschuift het project van zes losse zoektochten naar één gedeelde leercurve.
Dat samen leren gebeurt niet vanzelf, daar ligt de rol van IQonIQ. Niet als subsidieplatform of netwerk om te netwerken, maar als de partij die de bedrijven bij elkaar houdt, de gezamenlijke agenda bewaakt en zorgt dat kennis niet binnen het consortium blijft hangen. R-Vent noemt concreet de coördinerende projectleider en de hulp bij de EFRO-rapportage. Hak4T is directer en noemt IQonIQ de verbindende factor én de stok achter de deur: de partij die zorgt dat je blijft komen en niet opgeeft wanneer het gewone werk weer voorgaat.
Dat laatste is misschien wel de kern van wat IQonIQ toevoegt. Nieuwe technologie is overal te koop. Het succesvol invoeren ervan in een bestaande organisatie, met bestaande mensen en bestaand werk, is het echte werk. Door dat te organiseren voorkomt IQonIQ dat ieder bedrijf afzonderlijk hetzelfde wiel uitvindt. Zo landt de opbrengst straks breder dan alleen bij deze zes partners.
Uiteindelijk komen de ontwikkellijnen samen in een demonstrator: een praktijkomgeving waarin datagedreven productie, objectherkenning, operatorondersteuning en flexibele automatisering geïntegreerd worden getest. Dat vertaalt zich per bedrijf anders. Schurter werkt aan een assemblagewerkplek waar projectie en inspectiecamera’s de operator begeleiden en meteen controleren. R-Vent richt zich op cobots die dat glimmende staal wél leren pakken. En PM werkt aan een dataplatform dat metingen uniform vastlegt en terugkoppelt naar het proces.
Maar de demonstrator is het bewijs, niet het doel. De echte winst zit in wat onderweg ontstaat: werkwijzen, testresultaten, missers en inzichten die vertaalbaar zijn naar andere fabrieken. Daarom kijken de partners nadrukkelijk over de eigen hekken heen. Ellage Electronics hoopt dat ook andere mkb-bedrijven erdoor geïnspireerd raken, PM wil ze meenemen richting digital driven manufacturing. Fox verwacht binnen vijf jaar een verder gedigitaliseerde productie waarin slimme technologie medewerkers ondersteunt en de leverbetrouwbaarheid omhoog gaat. En Hak4T verwacht dat de waarde van een maakbedrijf steeds minder in machines zit en steeds meer in de mate waarin de processen slim zijn gedigitaliseerd.
Dat is uiteindelijk waar FLEXIQ over gaat. Niet over de slimste robot of het duurste systeem, maar over bedrijven die sneller leren, kennis durven delen en techniek weten te vertalen naar wat werkt op de vloer. De demonstrator laat straks zien wat technisch kan. De samenwerking laat nu al zien wat er gebeurt als bedrijven hun probleem niet langer alleen proberen op te lossen.
De fabriek van de toekomst is niet de fabriek zonder mensen. Het is de fabriek waarin mens, techniek en samenwerking elkaar sterker maken.
De partners in het project zijn IQonIQ (Hardenberg) PM BV (Dedemsvaart), Ellage Electronics (De Krim), Hak4t (Dedemsvaart), R-Vent Netherlands (Staphorst) Schurter Electronics (Hardenberg) en Fox Industries (Dedemsvaart). Hogeschool Windesheim (Zwolle) en FIP-AM@UT (Enschede) zijn als kennispartners betrokken.