Toen Renate Meulenkamp-Back voor het eerst een bijeenkomst van de Metaalunie binnenliep, voelde ze het meteen: zij viel op. “Allemaal mannen in pakken,” vertelt ze lachend. “Gemiddeld zeker zestig plus. En daar liep ik dan als jonge vrouw tussen.” Ze was begin dertig, kwam uit de reiswereld en werkte nog maar net binnen Machinefabriek Drabo Hardenberg, het bedrijf van haar familie. Om haar heen stonden mannen die hun hele leven in de techniek zaten. “Je voelde wel een beetje: wat komt zíj hier doen?”
Het typeert de wereld waarin ook Heleen Wildvank van Hoekman RVS en Els Raedts-Franssen van Proxcys terechtkwamen. Een wereld die jarenlang bekendstond als hard, technisch en vooral mannelijk. Maar wie vandaag met deze vrouwen spreekt, merkt snel dat de maakindustrie verandert. Natuurlijk door technologie, automatisering en innovatie. Maar misschien nog wel meer door de mensen die er werken. Door leiderschap dat menselijker wordt. Door aandacht voor cultuur. Door generaties die anders kijken naar werk, samenwerking en ontwikkeling.
En juist daarin hebben vrouwen als Renate, Heleen en Els de afgelopen jaren ongemerkt een groot verschil gemaakt. Niet door bewust ‘vrouw in de techniek’ te willen zijn, maar door zichzelf te blijven.
Voor zowel Renate als Heleen lag techniek dichtbij, maar voelde het vroeger niet vanzelfsprekend. Renate groeide letterlijk op tussen de machines. Haar vader startte Drabo toen zij vier jaar oud was. Toch koos ze eerst heel bewust voor een andere richting: toerisme. “Ik had altijd passie voor reizen,” vertelt ze. “En leidinggeven vond ik daar ook heel leuk.” Eigenlijk wilde ze eerst ontdekken wie ze zelf was, buiten het familiebedrijf om. “Dus ik wilde echt mijn eigen route volgen.”
Ook Heleen koos aanvankelijk niet voor techniek, ondanks haar interesse in het vak. Sterker nog: het werd haar vroeger afgeraden. “Dat was toen gewoon: veel te zwaar, te lomp, niets voor meisjes.” Ze werkte jarenlang in de zorg, in een verpleeghuis. Tot haar ouders voorzichtig begonnen over opvolging van het familiebedrijf. “Ik dacht ineens: stel dat mijn vader iets overkomt, dan weet niemand uit het gezin hoe het bedrijf werkt.” Niet veel later stapte ze alsnog in. Niet omdat ze per se ondernemer wilde worden, maar vanuit betrokkenheid, familiegevoel en verantwoordelijkheid.
Ook Els Raedts-Franssen ontdekte pas later dat techniek eigenlijk altijd al onderdeel van haar leven was geweest. Als klein meisje stond ze al naast haar vader, die machinebankwerker was. “Ik stond letterlijk onder auto’s mee te kijken,” vertelt ze lachend. “Dat vond ik prachtig.” Toch koos ook zij niet direct voor een technische carrière. Els volgde een laboratoriumopleiding en werkte jarenlang als microbiologisch analist. “Maar achteraf denk ik: daar zat natuurlijk óók techniek in. Je werkt met processen, analyses en systemen.”
Later bouwde ze samen met haar man verder aan Proxcys. Waar haar partner volgens haar vooral de technische innovator is, bracht Els juist structuur, cultuur en verbinding binnen het bedrijf. “Mijn man is echt een soort Willy Wortel,” zegt ze lachend. “Die heeft duizend ideeën tegelijk. Ik kijk dan meer naar: hoe landt dat in de organisatie?”
Wat alle drie de vrouwen opvallend vaak zeggen: het beeld van techniek klopt allang niet meer. “Veel ouders denken nog steeds dat techniek vies en zwaar werk is,” zegt Renate. “Maar dat is echt achterhaald.” Bij Drabo worden onderdelen gemaakt die overal terugkomen: in transportbanden, machines en industriële toepassingen. “Zonder onze producten rijdt jouw auto niet, draait je wasmachine niet en lopen productielijnen stil.”
Volgens Renate draait moderne techniek allang niet meer alleen om fysiek werk. “Je moet juist ontzettend veel nadenken. Begrijpen hoe processen werken. Hoe machines reageren. Welke knop je waarom indrukt.” Ook Els ziet hoe sterk de sector veranderd is. Bij Proxcys draait het om slimme technische oplossingen, filtersystemen en industriële automatisering. “Het gaat allang niet meer alleen om machines bedienen,” zegt ze. “Je werkt met processen, software, analyses en innovatie.”
De vrouwen merken dat vooral ouders nog vaak een ouderwets beeld van techniek hebben. “Moeders denken soms nog steeds dat hun kinderen vieze handen krijgen,” zegt Renate. “Maar techniek is tegenwoordig schoon, slim en ontzettend veelzijdig.” Daarom investeren de bedrijven veel tijd in scholen, open dagen en zichtbaarheid.
De techniekwereld is nog steeds grotendeels mannelijk. Daar zijn de drie vrouwen eerlijk over. Toen Renate begon, voelde ze zich soms echt een uitzondering. “Je werd toch bekeken als: wat weet zij hier nou van?” Tegelijk gaf het haar ook zichtbaarheid. “Ik werd wel overal herkend als die dame van Drabo.” Volgens haar zit de verandering niet alleen in méér vrouwen, maar vooral in het feit dat er anders naar talent wordt gekeken. “Je hoeft echt geen man te zijn om achter een machine te staan.”
Toch vraagt het soms ook weerbaarheid. “Je moet wel stevig genoeg zijn om je plek te pakken,” zegt ze eerlijk. Tegelijk benadrukt ze dat je jezelf niet hoeft te veranderen om serieus genomen te worden. Ook Heleen ziet dat vrouwen vaak andere accenten meebrengen in organisaties. Niet beter of slechter, benadrukt ze. Maar anders. Meer aandacht voor communicatie, sfeer, ontwikkeling en verbinding.
Voor Els draait een sterke organisatie om balans. Niet alleen tussen techniek en menselijkheid, maar ook tussen generaties, persoonlijkheden en perspectieven. “Je hebt balans nodig,” zegt ze. “Tussen jong en ervaren. Tussen doeners en denkers. En ook tussen mannen en vrouwen.”
Volgens haar worden teams sterker wanneer mensen van elkaar verschillen. Niet omdat vrouwen per definitie beter communiceren of mannen technischer zouden zijn, maar omdat verschillende mensen andere energie, inzichten en dynamiek meebrengen.
Ze vertelt enthousiast over een vrouwelijke WTB-er (Werktuigbouwkundig engineer) binnen het bedrijf. “Dat werkt fantastisch,” zegt ze. “Zij brengt weer een hele andere dynamiek mee op de werkvloer.”
Volgens Els zit precies daarin de kracht van moderne techniekbedrijven. “Als iedereen hetzelfde denkt, blijf je in hetzelfde cirkeltje draaien.” Diversiteit ziet ze daarom niet als trend of verplichting, maar als iets dat organisaties beter maakt.
Misschien zit daar wel de grootste overeenkomst tussen deze drie vrouwen. Geen van hen praat lang alleen over techniek. Vrij snel gaat het over mensen. Over cultuur. Over samenwerken. Over ontwikkeling. Over aandacht.
Bij Drabo bracht Renate volgens eigen zeggen veel meer aandacht voor communicatie en menselijkheid binnen het bedrijf. “Ik ben echt een mensenmens,” zegt ze. Dat begon met kleine dingen: een kaartje sturen als iemand ziek is geweest, vragen hoe iemands weekend was, vaker door de fabriek lopen zonder agenda. “Het hoeft soms maar klein te zijn,” zegt ze. “Maar mensen voelen zich daardoor wel gezien.”
Ook Els ziet dat als essentieel onderdeel van goed ondernemerschap. Bij Proxcys worden nieuwe collega’s niet alleen door managers gesproken, maar ook door toekomstige teamgenoten. “Je collega zie je iedere dag,” zegt ze. “Dan moet het ook persoonlijk klikken.” Volgens haar wordt nog te vaak alleen gekeken naar diploma’s of ervaring. “Ik kijk veel meer naar de mens dan naar het diploma.”
Ze vertelt over een sollicitant die eigenlijk te laat reageerde op een vacature. De functie was al ingevuld, maar haar gevoel zei dat ze hem toch moest uitnodigen. “Je voelde gewoon dat er potentie in zat.” Hij begon uiteindelijk onder zijn niveau, groeide door en zit inmiddels in het managementteam. “Dat vind ik mooi. Mensen zien groeien.”
Ook binnen Hoekman RVS kwam steeds meer aandacht voor begeleiding, HR en ontwikkeling. “Mijn vader was ontzettend sterk in ondernemen,” vertelt Heleen. “Maar dat menselijke stuk kreeg vroeger gewoon minder aandacht.” Daar begon zij zich steeds meer mee bezig te houden. “Want als de mensen er niet zijn, kunnen wij het ook niet.”
Wat misschien nog wel het mooiste laat zien hoe de techniekwereld verandert, zijn hun kinderen. Waar techniek vroeger vaak werd afgeraden aan meisjes, kiest de dochter van Heleen nu juist bewust voor plaatbewerking. Precies de technische richting die Heleen vroeger zelf interessant vond. “Dat vind ik echt prachtig,” zegt ze zichtbaar trots.
Haar dochter liep mee binnen het bedrijf, zag moderne machines, teamwork en de sfeer op de werkvloer. “Ik denk dat juist die saamhorigheid haar heeft aangetrokken.” Opvallend genoeg koos haar zoon juist weer voor HR. “Dat is eigenlijk heel grappig,” zegt Heleen lachend. “Alsof die rollen nu vanzelf door elkaar gaan lopen.”
Ook bij Drabo loopt inmiddels een nieuwe generatie rond. Renates zoon werkt tegenwoordig binnen het familiebedrijf, net als de dochter van haar broer. Dat vindt ze bijzonder om te zien. “Vroeger was techniek voor meisjes veel minder vanzelfsprekend,” zegt ze. “En nu staat mijn nicht gewoon midden in het bedrijf.”
Volgens Renate laat dat precies zien hoe de sector verandert. Niet alleen technologisch, maar ook cultureel. “Iedere generatie kijkt weer anders. Dat houdt een organisatie gezond.”
Ook Els ziet hoe anders jonge generaties tegenwoordig naar werk kijken. Haar twee zoons werken inmiddels ook binnen het bedrijf, ieder met hun eigen karakter en achtergrond. “Iedere generatie brengt weer iets nieuws mee,” zegt ze. “Dat houdt een organisatie scherp.”
Renate kijkt op haar beurt vooral naar onafhankelijkheid. “Ik vind het belangrijk dat mijn dochter haar eigen keuzes durft te maken.” Volgens haar zit daarin misschien wel de grootste verandering ten opzichte van vroeger. “De generatie van mijn vader dacht toch sneller: mannen gaan de techniek in en vrouwen kiezen iets anders. Dat zie je gelukkig steeds meer verdwijnen.”
Geen van de drie vrouwen noemt zichzelf activistisch. Ze hebben nooit bewust gedacht: wij gaan deze sector veranderen. Maar ondertussen hebben ze dat misschien toch gedaan. Niet met grote woorden, maar met aandacht. Met cultuur. Met zichtbaarheid. Met verbinding. Met het lef om een andere vorm van leiderschap te laten zien.
Een vorm waarin techniek en menselijkheid prima samengaan. Waar ruimte is voor ontwikkeling én resultaat. Voor vakmanschap én aandacht. Voor innovatie én cultuur.
Of zoals Els het zelf zegt: “Het leven wordt mooier als je prettig met elkaar leeft én werkt.”