De fabriek van de toekomst klinkt voor veel mensen nog abstract. Robots, data en automatisering klinken misschien futuristisch, maar ze zijn allang geen toekomstmuziek meer. Volgens Robin Burghard, ambassadeur voor slimme en schone industrie, speelt de fabriek van de toekomst zich nú af. En wie dat mist, loopt straks achter de feiten aan.
“Als we niets doen, lopen we het risico onze positie als maakland kwijt te raken,” zegt Burghard. “Dan worden we ingehaald door regio’s die sneller investeren en opschalen.” Burghard werkt dagelijks met productiebedrijven door heel Nederland. Oost-Nederland heeft alles in zich om een voorbeeldregio te zijn voor de fabriek van de toekomst, ziet Burghard. Maar dat vraagt wel beweging.
“Er zijn veel definities,” zegt Burghard. “Maar in de kern is de fabriek van de toekomst een hoog geautomatiseerde productieomgeving waarin technologie taken overneemt die goed te standaardiseren zijn.” Die ontwikkeling is volgens hem onvermijdelijk. “We hebben te maken met een structureel tekort aan vakmensen én met toenemende internationale concurrentie. Als je die twee combineert, weet je dat productiviteit omhoog móét.”
Machines nemen steeds vaker repeterende handelingen over, maar ook denkwerk wordt ondersteund. Moderne productiemiddelen leveren enorme hoeveelheden data op. “Die data gebruik je voor automatische planning, kwaliteitscontrole en het bijsturen van processen. Systemen reageren zelf op afwijkingen, in plaats van dat je achteraf moet corrigeren.”
Toch verdwijnen mensen niet uit de fabriek. Dat beeld klopt niet, benadrukt Burghard. “Dat is een groot misverstand. In productie met veel variatie blijven mensen altijd nodig. Technologie ondersteunt het werk, maar vervangt het niet volledig.” Juist omdat producten steeds complexer worden en klanten steeds hogere eisen stellen, blijft menselijke kennis cruciaal. Technologie neemt het repetitieve en foutgevoelige werk over, zodat mensen zich kunnen richten op toezicht, verbetering en samenwerking.
Waar het vroeger vooral ging over automatisering, gaat het nu steeds vaker over mensgerichte technologie. Zwaar, saai of risicovol werk wordt geautomatiseerd. Wat overblijft, vraagt meer inzicht, verantwoordelijkheid en denkvermogen. “Dat betekent dat medewerkers andere vaardigheden nodig hebben,” zegt Burghard. “Je kunt niet meer twintig jaar hetzelfde werk blijven doen. Digitale vaardigheden zijn essentieel: begrijpen hoe systemen werken, data kunnen lezen en processen digitaal volgen.” Voor jonge generaties is dat vaak vanzelfsprekend. Voor veel huidige medewerkers vraagt dit bijscholing en begeleiding. “Als bedrijven daar nu niet in investeren, creëren ze straks een veel groter probleem.”
Uiteindelijk draait de fabriek van de toekomst volgens Burghard om één ding: concurrentiekracht. “Nederland is een duur productieland. Als we onze productiviteit niet verhogen, wordt het steeds aantrekkelijker om productie te verplaatsen naar Oost-Europa of Azië.” Andere regio’s zitten bovendien niet stil. “In landen als China wordt industrie massaal ondersteund met overheidsgeld. Europa zet nu ook stappen, maar je kunt je afvragen of we niet te laat zijn.” Daarbij is de maakindustrie cruciaal voor de Nederlandse economie. “De zorg is een enorme sector, maar die kost geld. De maakindustrie verdient geld en levert direct een bijdrage aan het bruto nationaal product. Als we die sector niet versterken, raakt dat onze hele welvaart.”
Veel bedrijven voelen deze druk wel, maar weten niet hoe ze moeten starten. “Niet weten waar te beginnen en onvoldoende kennis in huis hebben: dat zijn de grootste blokkades,” zegt Burghard. Zijn advies is helder: kom in beweging. “Begin klein, test, experimenteer. En omring je met mensen die verder zijn.” Netwerken spelen daarin een sleutelrol. “Bedrijven kunnen dit niet alleen. In netwerken zoals IQonIQ en BOOST Smart Industry delen ondernemers kennis, ervaringen en lessen. Dat versnelt de transitie enorm.”
Ook onderwijsinstellingen zijn onmisbaar in deze ontwikkeling.
“We hebben technici, IT’ers, data-specialisten en onderhoudsexperts nodig. Die leid je niet vanzelf op.” Samenwerking met mbo, hbo en universiteiten is volgens Burghard essentieel. Niet alleen voor nieuwe instroom, maar juist ook voor het bijscholen van mensen die al jaren in de industrie werken. “Leren stopt niet na je diploma.”
Oost-Nederland behoort tot de sterkste maakregio’s van Nederland. “De kracht zit hier in de ketens,” zegt Burghard. “Bedrijven zijn sterk van elkaar afhankelijk. Als één schakel stilvalt, heeft dat direct gevolgen verderop.” Juist daarom is de fabriek van de toekomst hier zo belangrijk. “Door slimmer en efficiënter te produceren, behouden bedrijven hun plek in nationale en internationale ketens. Dat is geen luxe, dat is noodzaak.”
Volgens Burghard is dit hét moment voor maakbedrijven om vooruit te kijken. Niet door nóg verder te optimaliseren wat ze al jaren doen, maar door bewust keuzes te maken voor de toekomst. “In beweging komen. Niet blijven optimaliseren wat je altijd al deed, maar echt nadenken over je toekomst. Out of the box denken. Gebruik netwerken, innovatieprogramma’s en leerkringen. De mogelijkheden zijn er, maar je moet ze wel benutten.” Juist voor mkb-bedrijven is samenwerken daarbij cruciaal. “Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden,” benadrukt hij. “Maar je moet wel de stap zetten om mee te doen.”
Die oproep geldt niet alleen voor ondernemers, maar ook voor de volgende generatie. Techniek wordt nog te vaak gezien als ouderwets of zwaar, terwijl de werkelijkheid allang anders is. Zijn boodschap aan jongeren is helder en hoopvol: “Kies voor techniek. De toekomst ligt daar. Huizen moeten gebouwd worden, installaties onderhouden, producten gemaakt. Dat werk blijft, en wordt alleen maar interessanter.” Volgens Burghard wordt het werk in de fabriek van de toekomst slimmer, schoner en mensgerichter. “Techniek gaat steeds meer over samenwerken met technologie, data begrijpen en processen verbeteren. Dat maakt het werk juist veelzijdiger en aantrekkelijker.”